Koningsstraat: halverwege de koninklijke route, het “Ultieme Groen” van Hotel Cohn-Donnay
- 31 mars
- 4 min de lecture
Dernière mise à jour : 19 avr.
De geschiedenis van de Koningsstraat bestaat uit drie hoofdstukken; het Hotel Cohn-Donnay komt voor in het ultieme deel. Deze straat, aangelegd in 1776, behoort tot de meest iconische van Brussel. In 1821 ontstond het idee om het koninklijk paleis met het paleis van Laken te verbinden.

Het eerste tracé: 1776–1780
Het eerste deel van de Koningsstraat werd aangelegd op initiatief van de Oostenrijkse autoriteiten, vertegenwoordigd door de architecten Guimard* en Zinner. Het maakte deel uit van een grootschalig neoklassiek stadsproject dat ook het Koningsplein en het Warandepark omvatte. Met een lengte van amper 700 meter verbond dit eerste stuk het Koningsplein (in 1780 nog het Coudenbergplein genoemd) met het Leuvenseplein, langsheen het park. De straat werd al snel erg populair en er verrijzen talrijke herenhuizen die tot het einde van de 19e eeuw bewoond werden door rijke aristocratische families.
* Barnabé Guimard (1731-1805), Frans architect, geen familie van Hector Guimard (1867-1942), een bekende figuur in de Franse Art nouveau.

Het tweede tracé: de “Nieuwe Koningsstraat” van het Leuvenseplein tot aan de Schaarbeekpoort
In 1821 kreeg landmeter Godfurneau de opdracht een uitbreidingsproject uit te werken. De eerste steen werd gelegd in juni 1822 door burgemeester De Wellens. Het was een enorme uitdaging: het terrein kende een sterke helling. De grondwerken waren indrukwekkend, de Nieuwe Koningsstraat kwam uiteindelijk vijftien meter boven de “lage wijk” te liggen. In afwachting van de bebouwing wordt deze kant voorzien van leuningen. Nog steeds kan men vanaf het Congresplein (die rond 1850 op deze plek werd aangelegd) de schaal van het bouwwerk bewonderen, met uitzicht op het lager gelegen deel van de stad.
De “Schaarbeekpoort” was toen al slechts een benaming: ze werd rond 1782 afgebroken en vervangen door tolhuisjes. In die tijd was het octrooi (of poortgeld), een belasting op goederen die van buiten de stad werden binnengebracht, zoals Philippe Baudot beschrijft in zijn roman "Piano Rue Royale", nog steeds van kracht. Deze paviljoenen markeerden dan ook het uiterste punt van deze uitbreiding van het eerste tracé.

De "Buitenste Koningsstraat" tot aan de Sint-Mariakerk, het ontstaan van een koninklijk perspectief
Het besluit voor de laatste verlenging viel al in 1824, maar pas in 1828 werd het werk concreet. Aangelegd op de heuvels die de valleien van de Maalbeek en de Zenne scheiden, geniet de Buitenste Koningsstraat van een uitzonderlijke omgeving: aan de Zenne-kant de Kruidtuin, ingehuldigd in 1829, en als hoogtepunt de Koninklijke Sint-Mariakerk.
Deze kerk, ontworpen in 1840 door Van Overstraeten, gestart in 1847 en pas voltooid … in 1885, vormt het symbolische eindpunt van de straat. Haar ontwerpers hadden heel wat ambitie: "Het beoogde effect is dat van de schaalbreuk en het theatrale moment, gecreëerd door het contrast van een koepel met het grootst mogelijke volume, waarvan de enorme massa, uitgesneden door acht uitstekende torentjes, … geen verhouding heeft met die van de huizen van de Koningsstraat. … het opdoemen van deze reus boven de woningen, waarvan de hoogte van 65 meter … de hele silhouet op de horizon zal uitsnijden en ervoor zorgen dat je het geheel in één oogopslag kunt overzien, … zal de grootsheid en de majesteit van de hoofdstad ten hemel verheffen."
* Vertaling van het verslag van de kerkfabriekraad, 5 april 1845 (parochie-archief), "BRUXELLES PARTRIMOINES N° 003 - 004 – 09-2012".
Op een steenworp afstand van deze toekomstige kerk, op nr. 43* van deze laatste uitbreiding, kreeg een beroemde schilder op 11 maart 1836 toestemming om te bouwen op een terrein « in de verlenging van de Koningsstraat buiten de Schaarbeekpoort ».
* Het nummer 43 van de Buitenste Koningsstraat wordt later het nummer 214 van de Koningsstraat, daarna 226, dan 288 en ten slotte 316!

Een verenigde maar niet uniforme Koningsstraat
In 1851 verdwijnen de termen "nieuwe" en "buitenste", en de drie gedeelten fuseren onder één naam: Koningsstraat.
Bakermat van het Brusselse neoclassicisme, werd ze in de loop der tijd verrijkt met neo-Renaissancistische, Beaux-Arts, eclectische en functionalistische invloeden… en uiteraard Art nouveau. Paul Hankar laat er zijn stempel na met de gevel van de vroegere hemdenzaak Niguet op nr. 13; Paul Hamesse tekent er in 1904 een van zijn belangrijkste werken, op nr. 316.
Maar de Koningsstraat is ook de plek waar men het witloof uitvond, waar de eerste editie van “Les misérables” werd gedrukt, of waar men Puccini beweende. Verhalen voor een volgende keer…
Het Ultiem Groen: wanneer een gevel een legende wordt

In het monumentale perspectief van de straat trekt een chromatische dissonantie het oog. Eind jaren 80 bekleedt Fred Dericks de voorgevel met dit diepe groen dat het licht van de Koningsstraat opvangt en De Ultieme Hallucinatie in het blikveld van de voorbijgangers verankert. Het intrigeert, het trekt aan, het kondigt een wereld apart aan, een ademruimte in de strengheid van de straat. De gevel en zijn eigenaardig groen zijn geen louter esthetische keuze: ze zijn de levende handtekening van de plek geworden.
Dit pigment zorgt ook voor een beruchte polemiek met Guy Cudell. De kleurrijke burgemeester van Sint-Joost, zelf bepaald niet kleurloos, vergast de pers op zijn uitspraak: "Sint-Joost is Disneyland niet!"
Deze chromatische identiteit is trouwens zo emblematisch geworden dat u er een reeks speciale bierviltjes vindt: het bewijs dat dit groen niet zomaar een gevelkleur is, maar een echt Brussels icoon.
Het Ultiem Groen wijst u de weg. U hoeft enkel nog de drempel over te stappen…
Alle mysteries van De Ultieme Hallucinatie
rechtstreeks in uw mailbox.