De familie Rion en hun artistieke erfgoed: Gustave, Lucien en Claire
- 5 dagen geleden
- 5 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 13 uur geleden
In Brussel bestaan er families waarvan de geschiedenis nauw verweven is met de kunst van hun tijd. De familie Rion is daar één van. Ze is weinig bekend en bijna vergeten, maar verdient zeker aandacht. Hun verhaal biedt een zeldzame blik op hoe kunstenaars de mythische Brusselse Belle Époque hebben beleefd en gevormd.

De vader: Gustave Rion, de stille architect (1848–1893)
Gustave Rion werd in 1848 in Parijs geboren. Als architect trouwde hij met Louise Cador en het koppel vestigde zich in Vorst, dat toen volop in expansie was aan de rand van Brussel. Daar werden hun zes kinderen geboren, waaronder Lucien in 1875 en enkele jaren later Claire, de jongste.
Over het architecturale werk van Gustave Rion is weinig bekend. Hij stierf in 1893, op slechts vijfenveertigjarige leeftijd, en liet zijn kinderen nog als tieners achter. Lucien ging toen naar de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Brussel, terwijl zijn moeder het gezin alleen opvoedde tot aan haar eigen dood in 1927.
Lucien Rion (1875–1939): de veelzijdige naturalist
Van de Academie naar zijn eerste stappen in de kunstwereld
Na de dood van zijn vader schrijft Lucien zich in aan de Brusselse Academie. Daar wordt hij opgeleid in de kring rond Joseph Stallaert (1825–1903), voormalig winnaar van de Prix de Rome en directeur van de instelling. Voor hem had deze gerenommeerde meester al grote namen uit de Belgische kunstwereld in zijn atelier zien passeren, zoals James Ensor en Jean Delville. Lucien zou zich later in dit bruisende artistieke milieu ontwikkelen, zonder echter de proto-expressionistische durf van Ensor of het esoterische idealisme van Delville over te nemen.

Tussen idealisme en realisme
Hoewel hij was opgeleid in een realistische traditie, maakte de jonge Lucien Rion al in januari 1896 opvallend zijn debuut door te exposeren op het idealistische salon van Jean Delville (een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Belgische symbolistische beweging). In 1898 toont hij daar "Le Chant du cygne". Criticus Maurice Sulzberger prijst zijn werk in de "Revue de Belgique". Hij beschrijft een schilder die oprechte "Virgiliaanse melancholie" weet weer te geven.
Pas aan het begin van de 20e eeuw sluit Rion zich aan bij de kunstenaarsgroep Le Sillon, opgericht in 1893 door oud-studenten van de Academie. Deze beweging streeft naar een herwaardering van het Vlaamse realisme, in de kring van de dichter Émile Verhaeren. Onder de invloedrijke leden bevindt zich architect Paul Hankar, boegbeeld van de geometrische Art nouveau in Brussel. In deze stimulerende omgeving presenteert Rion zijn werken in 1909 en 1911, naast Léon Spilliaert en Rik Wouters. Rion is een veelzijdig kunstenaar: hij schildert, bewerkt metaal, maakt houtsneden voor de illustraties van Maeterlincks "La Vie des Abeilles" (1922) en ontwerpt lithografieën voor de Fabels van La Fontaine (1918).

De "Croûte-club" en het Cohn-Donnay-huis
Rion, die een voorliefde had voor de decoratieve kunsten, raakte bevriend met architect Paul Hamesse (1877–1956) binnen de "Croûte-club", een informele vereniging van ongetrouwde kunstenaars. Hamesse is de directe opvolger van Paul Hankar, bij wie hij in de leer was. Zijn meesterwerk is de verbouwing, in 1904, van het herenhuis van het echtpaar Cohn-Donnay, gelegen aan de Koningsstraat 316 in Sint-Joost-ten-Node — het historische pand waar vandaag de brasserie De Ultieme Hallucinatie gevestigd is. Tussen het glas-in-lood, het houtwerk en de mozaïeken bevinden zich vier radiatorbekledingen in messing met de signatuur "L. Rion".

Het Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed van Brussel schrijft deze stukken toe aan Lucien Rion, een metaalbewerker die nauw met Hamesse verbonden was. Toch schrijft een discreet gerucht deze stukken toe aan een zekere "Lucie" Rion, waarbij de "L." in de handtekening voor verwarring zorgt. Er bestaat echter geen Lucie in de familie; er zijn Lucien en zijn zus Clairette. Heeft het gerucht haar voornaam verdraaid, of heeft het er plezier in gehad een vrouwelijke tegenhanger van Lucien te verzinnen? In de decoratieve kunst van die tijd waren familiesamenwerkingen onder één naam gebruikelijk. Had Lucien in 1904 de tijd om deze stukken in zijn eentje te maken? Het blijft een raadsel. Bij De Ultieme Hallucinatie houden we van zulke verhalen. Nadat we Marie Pleyel te lang vergeten zijn (te ontdekken in ons aparte artikel), is hier misschien ook onterecht een vrouwelijke bijdrage binnen de familie Rion over het hoofd gezien?
Wie is Claire Rion?
Claire Amélie Jeanne, bijgenaamd Clairette, werd geboren in 1882. In 1908 trouwde ze met Stuart Merrill, een beroemde Amerikaanse symbolistische dichter die in het Frans schreef.
Claire duikt ook op in een ander mysterie. Volgens Olivier Delville was zijn vader Jean Delville getroffen door de vreemde schoonheid van de jonge vrouw en hij had haar afgebeeld met een mediumachtig karakter. Dat beroemde portret, bewaard in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, draagt de datum 1892. Maar in 1892 was Claire Rion pas tien jaar oud!

Het mysterie wordt steeds groter: beeldhouwer René Harvent beweert met eigen ogen te hebben gezien hoe Delville dit portret veel later schilderde, in de zomer van 1944 in Bergen, terwijl de geallieerde bommenwerpers boven de stad vlogen. Hij wijst ook op materiële details, zoals het gebruik van Steinback-papier, dat vóór 1930 nog niet bestond. Daniel Guéguen geeft geloof aan deze stelling in zijn boek "Jean Delville, la contre-histoire" (2016). Tot op heden hebben de Koninklijke Musea hierop nog niet publiekelijk gereageerd.
Een familie in de kringen van de Belle Époque
Het verhaal van de familie Rion illustreert hoe de Art nouveau in Brussel functioneerde als een netwerk van nauwe persoonlijke relaties. Paul Hamesse en Lucien Rion ontmoeten elkaar in de "Croûte-club". Lucien exposeert bij Delville, zelf een voormalige leerling van Stallaert. Alles loopt samen binnen een straal van slechts enkele straten. Claire brengt de familie dan in contact met het internationale symbolisme via haar huwelijk met Stuart Merrill, een vaste gast van de "Mardis de Mallarmé" in Parijs.
Lucien sterft ongehuwd in 1939 in Vorst. Claire overleeft haar echtgenoot, die in 1915 overlijdt, maar wat er daarna met haar gebeurt, blijft een open vraag.
De familie Rion belichaamt de bijzondere verwevenheid van de Belgische Belle Époque, waarin architectuur, kunstsmeedwerk en symbolistische poëzie samenkomen.
De Ultieme Hallucinatie bewaart vier van de mooiste sporen van dat artistieke samenspel.
De toeschrijving blijft dus open, het raadsel rond de familie Rion blijft bestaan, maar deze opmerkelijke werken van dichtbij bewonderen is even eenvoudig als het bestellen van een iconische cocktail
Alle mysteries van De Ultieme Hallucinatie
rechtstreeks in uw mailbox
